Stichting Simon de Heer

Na de oorlog begon De Heer in zijn atelier olieverfschilderijen en tekeningen met religieuze onderwerpen te maken. Hij schilderde in een voor hem ongebruikelijke stijl, meer emotioneel van aard. Ook bleef hij veel schilderen in de natuur. Het meertje van Caprera hield een grote aantrekkingskracht op hem.

In 1959 werd het werk van Simon de Heer geëerd met een expositie in het voormalige buitenverblijf ‘Bloemenheuvel’, het latere gemeentehuis van Bloemendaal. Hij was de eerste exposant.

In de openingstoespraak noemde Burgemeester Peerboom-Voller de kunstenaar de 'Nestor der Bloemendaalse Schilders', een titel die door dagbladrecencenten werd overgenomen.

 

 

 

 

Op voordracht van de kunstenaarsvereniging Kunst Zij Ons Doel werd De Heer op 10 december 1963 door het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap een som geld toegekend. Dit eregeld van 1200 gulden werd hem jaarlijks tot zijn overlijden in 1970 uitgekeerd.

  

In 1966 werden ter ere van zijn tachtigste geboortedag ongeveer 100 werken ten toon gesteld in de Kosterij van de Nederlands Hervormde Gemeente in Midden Beemster.

Hiermee bewees de gemeente eer aan de geboren Beemsterling. Galerie ’t Gouw in Purmerend organiseerde in 1967 de laatste verkoopexpositie gedurende zijn leven.

Burgemeester Kooiman opende het evenement met deze woorden: ’Wat bent u een gelukkig mens, dat u dit allemaal hebt kunnen maken (...) wat bent u gelukkig dat u dit nog moogt meemaken en dat wij er van kunnen genieten. (...) Dan realiseer je je des te meer welk een grote waarde dit alles heeft. Er is veel verdwenen en er is veel dat we nu niet meer zo kennen. (...) Er is veel moois verloren. U hebt er oog voor gehad en u geeft ons opnieuw de kans ervan te genieten.’

Simon de Heer stierf op 19 maart 1970 op vierentachtig-jarige leeftijd in zijn woning te Bloemendaal. Zijn vrouw Dicky overleefde hem 13 jaar.