Stichting Simon de Heer

Kort nadat de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland waren binnengevallen, verslechterde het culturele klimaat. Kunstenaars werden gedwongen lid te worden van de ‘Kulturkammer’ als zij wilden blijven werken.

Omdat Simon de Heer onder geen beding lid wilde worden, was exposeren voor hem niet meer mogelijk. Hij bleef wel schilderen en had af en toe nog opdrachten. Op den duur werd het steeds moeilijker om aan linnen te komen en schilderde hij wel eens over een portret heen. Ook ruilde hij in de Beemster schilderstukjes voor aardappelen, tarwe of soms zelfs een beetje boter. Hij ging hiervoor op zijn fiets, waarvan de rubberbanden waren vervangen door massieve aan elkaar geniette stukken rubber uit oude autobanden, de polder in.

In 1943 gaf het bestuur van de Nutsspaarbank een opmerkelijke opdracht aan de schilder: zij bestelden een getekend groepsportret van voormalige bankdirecteuren ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de spaarbank. Het gezelschap bestond uit postume mansportretten en kon vanzelfsprekend worden vervaardigd aan de hand van foto’s. Het schilderij heeft tot lang daarna in het bankgebouw van de VSB Midden Beemster gehangen.

Ondanks de zware tijd kreeg De Heer nog een andere opmerkelijke opdracht: de Amsterdamse firma Peck & Co, een groothandel in sanitair, bestelde bij hem omstreeks 1943 twee statieportretten, van Koningin Wilhelmina en van Prinses Juliana. Aan de twee grote doeken – de vorstin en haar dochter ten voete uit – besteedde hij zijn laatste schilderslinnen. Na het drogen, hetgeen achter een kast gebeurde, werden de schilderijen, waarschijnlijk in opgerolde staat, in het geheim afgeleverd en na de bevrijding hebben ze tot 1973 in Amsterdam gehangen. (zie PRIKDOEK -> Wilhelmina en Juliana) 

Het naar foto’s schilderen was een uitzondering, als het naar natuur schilderen niet mogelijk was.

In 1944 werd het steeds moeilijker om aan voedsel te komen. De oudste dochter van De Heer, Corry, die in 1943 was getrouwd, was daarom samen met haar echtgenoot en hun dochtertje Dickje uit Amsterdam vertrokken en bij haar ouders in Bloemendaal komen wonen. Het was een moeilijke tijd, maar de vrede was in zicht. Juist in die laatste dagen voor de bevrijding kwamen enkele bommen uit Engelse vliegtuigen verkeerd terecht en hulden de Duinwijckweg in een donkere wolk.....

 

 (Afbeelding:  Corry)

 

 

Simon was een eind verder aan het schilderen en bleef ongedeerd. Corry zat op dat moment op het terras te breien voor haar tweede kindje, waarvan zij in verwachting was. Dickje liep om haar heen. Zij werden getroffen door granaatscherven. Corry werd geopereerd maar zij en haar te vroeg geboren kindje konden niet gered worden. Corry werd 23 jaar.

 

(Afbeelding: Dickje)

 

 

Het huis was voor driekwart verwoest, en het gehavende gezin vond onderdak in andere leegstaande huizen. Met behulp van de gemeente werd na de bevrijding begonnen met het herstel van het huis. In 1947 kon Simon weer schilderen in zijn atelier; het schilderen zou ook zijn redding zijn. Vele malen schilderde hij zijn kleindochter Dickje, die het bombardement overleefde en hem de moed gaf om door te gaan.