Stichting Simon de Heer

 

Na het voltooien van zijn opleiding aan de Rijksacademie vertrok Simon de Heer in het voorjaar van 1914 naar Parijs en Barbizon, een dorp 50 km buiten Parijs.

Hier hadden zich sinds 1830 verschillende schilders gevestigd voor wie met name de realistische weergave van de natuur, het ‘Paysage Réaliste’, en het schilderen in de buitenlucht, 'en plein air’, van belang was.

Simon was zeer geinteresseerd in landschapsschilderkunst en wilde deze omgeving graag zien.

Na zijn verblijf in Frankrijk vertrok hij voor enkele maanden naar België.

Vanwege de toenemende politieke spanningen kwam hij in de zomer van 1914, kort voor het uibreken van de Eerste Wereldoorlog, terug naar Nederland.

 

 

Terug in Nederland werd De Heer gemobiliseerd en gelegerd in Fort Erfprins bij Den Helder. Het militaire leven trok hem niet erg aan, maar aangezien de commandant erg ingenomen was met zijn teken- en schilderkunst kreeg hij de kans het grootste deel van zijn diensttijd schilderend door te brengen.

 

  

 

In 1916 vestigde De Heer zich in Zwolle, waar hij een aanstelling kreeg als tekenleraar aan de Burger Avondschool. Naast zijn werk als tekenleraar bouwde hij een oeuvre op van landschappen en portretten van onder andere boerenfamilies. In deze periode is De Heer ook begonnen met etsen, waarbij een afbeelding met een etsnaald op een koperen plaat werd gekrast, die vervolgens op papier kon worden afgedrukt. Zijn etsen werden onder andere in Zwolle en Purmerend verkocht.

Vanaf 1917 nam hij deel aan de verkoopexposities van de kunstenaarsvereniging ‘Sint Lucas’ in Amsterdam, waar hij in 1918, 1919 en 1920 uitsluitend portretten in olieverf exposeerde.

 

In november 1919 leerde De Heer tijdens een expositie van zijn werk in Zwolle Derkje Brink (1899-1983) kennen. Hij vroeg haar of ze voor hem wilde poseren. Gedurende het poseren deed hij haar een huwelijksaanzoek; de ring is later op het schilderij angebracht. In juni 1920 ging De Heer voor studie en werk naar Londen, waar hij kopieën maakte van Rembrandt, Millet en Reynolds, exposeerde en enkele opdrachten uitvoerde.

Hij onderbrak zijn verblijf om op 15 september 1920 in Nederland te trouwen met Derkje (ze werd Dicky genoemd) Brink.

Samen woonden ze nog enige tijd in Londen.

(Afbeelding: Portret van Derkje Brink, 1920).

 

Eind 1920 keerden De Heer en zijn vrouw terug naar Zwolle, waar op 13 juli 1921 hun eerste kind, Cornelia Johanna, roepnaam Corry, werd geboren.

Kort na de geboorte schilderde hij een dubbelportret van vrouw en dochter .

(Afbeelding:Portret van Dicky en Corry, 1922).

Op 12 maart 1926 werd hun tweede kind, Johanna Catharina, roepnaam Hanne, geboren.